Inhoudelijk jaarverslag 2024

In 2024 heeft onze stichting zich bezig gehouden met zeven onderwerpen:

  • Oude Hof, het Landgoed en het extra fietspad
  • Het aanwijzen van beeldbepalende monumenten
  • Het Parkhotel
  • Het Dorpscentrum
  • De Zuilenhof
  • De Dorpsstraat
  • Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten

 

Het Oude Hof

In onze studie Landgoed Het Hof te Bergen uit 2023 hebben we wegen geschetst die zouden moeten leiden tot een duurzaam nieuw gebruik van het landgoed. We voorzien in de studie dat dat geen gemakkelijke weg zal zijn. We hoopten dat de gemeente daar oog voor zou hebben, maar dat bleek dit jaar niet het geval. De gemeente kiest voor de gemakkelijkste weg, dat is terugvallen op het ontwerp-bestemmingsplan uit 2018, waar een parkeeroplossing werd voorgesteld ter plaatse van waar nu nog de Paardenbak van de Kennemer Ruiters is, echter zonder er aan te gaan werken. Dat lag ook voor de hand, want dat plan is in 2019 “opgehouden” door de stikstofregels en blijft dat ook doen. Bovendien is de verplaatsing van de Paardenbak naar het Westelijke Eiland op kosten van Blooming inmiddels een illusie geworden. Maar de gemeente heeft Blooming wel bereid gevonden hun oorspronkelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning, die een openbaar café-restaurant in het hoofdgebouw en een parkeeroplossing behelsde op het Westelijke Eiland, in te trekken. Daarmee is de noodzaak voor de gemeente weggevallen eigen stappen te zetten. De verloedering van het Oude Hof kan dus ongestoord voortgaan. Als er te weinig parkeerplekken voor de brug zijn als gevolg van activiteiten van Blooming of CineBergen dan stelt Blooming het Westelijke Eiland beschikbaar. Eén van die activiteiten is de openstelling van het café-restaurant in het weekeinde. De gemeente gedoogt dit.

De gemeente heeft wel besloten door te gaan met het plan voor een tweede fietspad langs de Eeuwigelaan. Voor het Oude Hof heeft dit plan twee interessante onderdelen. Dat is de ontmoeting op het Rondeel met de Zichtas en het verkeersknooppunt bij de Ronde Kom. Hoe deze onderdelen zullen worden vormgegeven is een opgave voor het komende jaar.

SBBB schets uit 2019 (blauw is fietspad, geel is rijweg snelverkeer)

 

Het aanwijzen van beeldbepalende monumenten

In 2022 besloot de gemeenteraad tot het doen van een pilot beeldbepalend erfgoed op twee plaatsen in de gemeente, te weten in de kern van Egmond aan Zee en in de wijk Van Reenenpark in Bergen. Het doel van deze pilot was een inventarisatie van mogelijk beeldbepalend erfgoed in onze gemeente, het ontwikkelen van een werkbare methodiek en de hierbij vergaarde kennis om te zetten in de nodige regelgeving.

De pilot is uitgevoerd door Mooi Noord-Holland, het provinciale onderzoeksbureau op het gebied van erfgoed, daarbij bijgestaan door “betrokkenen uit de samenleving”. Hun concept-rapport verscheen in september 2023. In februari 2024 heeft wethouder Briët bijeenkomsten georganiseerd in Egmond en Bergen waar ten overstaan van een publiek bestaande uit bewoners/eigenaren van mogelijk aan te wijzen beeldbepalende panden, verteld werd over het project en een eerste reactie van die bewoners/eigenaren werd gepeild. De wethouder verwachtte in de loop van het jaar de gemeenteraad te kunnen inlichten over de voortgang (gesprekken met eigenaren, juridische invulling, planning).

Wij, als SBBB, waren betrokken bij de inventarisatie van panden in het Van Reenenpark, niet bij de keuze van de aan te wijzen beeldbepalende panden, in totaal 24 stuks.

In maart 2024 hebben wij een reactie geschreven op het deel Van Reenenpark van het concept-rapport. We herhalen hier de samenvatting en conclusies.

°          Het pilot-onderzoek Van Reenenpark is gebaseerd op visuele waarneming vanaf de straat. Er is geen onderzoek uitgevoerd    naar de bouwhistorie in het Regionaal Archief Alkmaar.

°          De gemeenteraad heeft met diverse aangenomen moties aangegeven dat opeenvolgende colleges van B&W het          actualiseren van het gemeentelijke erfgoedbestand geen prioriteit heeft gehad. De pilot voor het Van Reenenpark en het centrum van Egmond aan Zee is een te voorzichtig begin. Volgens de huidige planning zal deze pilot 2 jaar (!) in beslag nemen. In dit tempo duurt de volledige update van het erfgoed van Bergen nog vele jaren.

°          het (in maart 2024 nog) niet invullen van de door de raad afgedwongen vacature voor een extra erfgoedmedewerker onderstreept het talmende beleid.

°          De moties die de raad de afgelopen jaren over het erfgoed heeft aangenomen (zie de aanloop tot dit pilotproject) dienen te worden uitgevoerd. Hiervoor zal het college voor dit en de komende jaren voldoende capaciteit en middelen moeten vrijmaken.

°          De wethouder erfgoed heeft niet gereageerd op het door onze stichting uitgebrachte boek ´NAAR EEN NIEUW ERFGOEDBESTAND VOOR BERGEN NH´, februari 2021.

°          De gekozen werkwijze beperkt zich helaas tot beeldbepalende panden. De juridische consequenties (beleid en regels) ontbreken. Bovendien missen wij een integrale aanpak, waarbij ook gekeken wordt naar potentiële gemeentelijke monumenten (…). De voorlopige lijst geselecteerde beeldbepalende panden is te beperkt. Daarmee wordt een groot aantal potentiële beeldbepalende panden gemist. Hierna enkele wel gekozen voorbeelden.

°          Het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan voor het Van Reenenpark is weliswaar in de loop der jaren op enkele plaatsen verdicht, maar tot op heden nog steeds actueel. De samenhangende beeldkwaliteit van het gebied wordt voor een groot deel bepaald door het bijzondere stratenpatroon en de op de straat georiënteerde villa´s, die niet hoger zijn dan twee bouwlagen en een kap en altijd voorzien van een ruime tuin met hagen als erfscheiding. De wegen zijn consequent ingericht zonder trottoirs naar het ´Bergense profiel´ met grasbermen en bomenrijen. Deze principes zijn goed samengevat in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1937 van gemeentearchitect J.H. Roggeveen.

°          Naast de reeds aanwezige en nog aan te wijzen monumenten en beeldbepalende panden leent het onderzoeksgebied Van Reenenpark zich volgens SBBB uitstekend voor aanwijzing van het gebied als BESCHERMD DORPSGEZICHT. De inzet van dit instrument dient nader te worden onderzocht.

°          Het opstellen van beleid en regels voor beeldbepalende panden moet, gezien het belang ervan voor betrokkenen, plaatsvinden vóór de geplande enquete.

°          Bij vervolgprojecten moet een interdisciplinair team worden ingezet, dat naast een bouwhistoricus bestaat uit een stedenbouwkundige (context), een architect/monumetendeskundige en een historicus (gebruik). Tevens verdient het aanbeveling om een begeleidingsgroep in te stellen bestaande uit vertegenwoordigers van lokale erfgoedorganisaties, w.o. SBBB.

In juli 2024 dankt de gemeente ons voor onze reactie. Weliswaar wijkt die op punten af van de uitkomst van de pilot, maar werpt – vindt de gemeente – geen nieuw licht op de wens om het aanwijzen van beeldbepalende panden beleidsmatig mogelijk te maken. Het gaat de gemeente bij het pilot om een basis te vinden voor nieuw beleid, waarin ook stedenbouw­kundige waarden aandacht krijgen.

De moties die de gemeenteraad de afgelopen jaren heeft aangenomen vragen steeds om een algehele update van het bestand, dus van het vinden van de hiaten daarin en een pro-actieve houding om dat voor elkaar te krijgen. Het college is op die vragen niet ingegaan. Door zich te beperken tot de nog niet juridisch onderbouwde categorie Beeldbepalende panden wordt tijd gewonnen en veronderstelt men dat het aanwijzen van beeldbepalende panden met minder ambtelijke inspanning gepaard zal gaan. Sloop van niet-erkend Bergense erfgoed blijft ongehinderd mogelijk.

 

Het Parkhotel

Op 11 september 2024 heeft onze advocaat mr. drs. L.T. van Eijck van Heslinga het tweede Aanvullend Hoger Beroepschrift gestuurd naar de Raad van State. Hierin reageert hij op de nieuwe Beslissing op bezwaar van de gemeente van 19 juli 2024 naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 5 juli 2023 en op de Schriftelijke reactie van de gemeente van 23 juli 2024.

In het Aanvullend Hoger Beroepschrift maakt onze advocaat duidelijk dat het nu over 66 kamers gaat en niet meer over 81, maar dat de gemeentelijke antwoorden aan de Raad van State veel onduidelijkheden bevatten, bijvoorbeeld de data van tekeningen, wel of niet of gdeeeltelijk vervangen van besluiten. Hij wijst ook op de verhaspeling door de gemeente over de publicatie van een eigen inbreng, waarvan de gemeente dacht dat die ons al was toegestuurd, terwijl dat pas een jaar later gebeurde en wij daar dus toen niet op konden reageren, maar dat nu pas doen. Dit betrof 3 kwesties:

  1. De vraag of er wel of niet sprake is van een stedenbouwkundig accent
  2. De verhouding van het bouwplan met de Structuurvisie en het Beeldkwaliteitsplan Mooi Bergen en
  3. De verhouding van het bouwplan met het vigerende bestemmingsplan.

Ad 1.

De term stedenbouwkundig accent is door de gemeente zelf geïntroduceerd. Het ging om de onderbouwing van de toestemming om de hoek Breelaan/Stationsstraat veel hoger te mogen maken dan het bestemmingsplan toestaat (nl 17,5 m boven straatniveau) op grond van een suggestie uit Mooi Bergen om tegenover de winkel van Wokke een horeca/woongebouw (een “vrijstaande” stadsvilla) op te richten, met een typische centrum hoogte (men gebruikte er het woord ‘Signaal’ bij, in een recent plan genaamd het Pleingebouw). Die hoogte bleek onlangs 15 m te zijn. Hoewel buiten het centrumgebied gelegen wordt het Parkhotel door de toestemming van de extra bouwlaag een hoogte-accent ten opzichte van het centrum. Dat vinden wij zeer ongewenst en is nooit de intentie geweest van de structuurvisie en het beeldkwaliteitsplan Mooi Bergen. Het dorpsniveau heeft een laag schaalniveau. Dat geldt ook  voor de bebouwing van de Jan Oldenburglaan die door de recente BOT-plannen z´n dorpse karakter en –schaal zal kunnen verliezen.

Parkhotel gevelontwerp 24 januari 2024

Ad 2.

De Structuurvisie en het Beeldkwaliteitsplan Mooi Bergen zijn inderdaad gebaseerd op het dorpscentrum als een onderscheidenlijk deel van het dorp. De opgenomen accenten moeten vooral in hun architectonische uitwerking tot de verbeelding spreken. Door ongeveer alle gebouwen binnen het centrumplan een accent of signaal te noemen (w.o. het L- en het P-gebouw, hoogte 15 m) vervalt het effect ervan. Het is ook onzinnig om bij de onderbouwing van het hoogteaccent Parkhotel (18.50 m) hieraan te refereren.

  uit zienswijze SBBB 24 juli 2024

De ontwerpbesluiten die onlangs ter visie hebben gelegen om in afwijking van het vigerende bestemmingsplan omgevingsvergunningen voor het L- en het Pleingebouw (de BOT-plannen) te verlenen, hebben naar verluidt een stortvloed aan zienswijzen opgeleverd. De teneur ervan toont sterk negatieve opvattingen over deze plannen, maar vooral een geheel andere visie op de inrichting van dit centrale deel van het dorp.

Terecht gaat de gemeente er vanuit dat er een belangrijke relatie is tussen het centrum en de gebieden erom heen. Maar de gemeente vergist zich over de stedenbouwkundige mogelijkheden om het schaalniveau van die gebieden aan te passen aan het Plein. De zogenaamde “afleesbaarheid” van het centrum op het omringende gebied vraagt om beheersing van de karakteristiek van wat er al staat. Daarbij speelt de variatie in dakvormen zeker een rol. Een rij individuele kappen aan de Breelaan wordt in het nieuwe Parkhotel beëindigd door een massaal blok van twee in elkaar geschoven gebouwen, een stadshuis en een zusterhuis. De onderste drie lagen komen tot halverwege de naastgelegen kappen. Het “optrappen” van de hoekbebouwing negeert en doorbreekt het ritme van de straat.

Ad 3.

Voor het Parkhotel is een speciaal bestemmingsplan gemaakt. Toen er een bouwplan werd ingediend dat in hoogte ver boven het toegestane maxima uitkwam, is aansluiting gezocht bij de voor het Plein gemaakte Structuurvisie. Het bestemmingsplan verliest dan zijn betekenis. Bij de Structuurvisie werd gesproken over het Signaal, een stedenbouwkundig accent, direct tegenover de winkel van Wokke. Het belang van de Jan Oldenburglaan als kleinschalig winkelgebied, waar de winkel van Wokke een smaakmakend begin van is, wordt dan genegeerd. Maar de gemeente meent dat door het hogere hotel niettemin sprake is van de aansluiting bij dorpse karakteristieken. “Het stedebouwkundig ontwerp komt voort uit de analyse van de context”. Dit  is een centrum-georiënteerde analyse, zonder samenhang met de dorpse sfeer. Met de inzet van architectonische ontwerpmiddelen, waar de gemeente hoog van opgeeft, kan o.i. de dorpse sfeer niet worden teruggebracht.

Het spreekt vanzelf dat onze conclusie diametraal verschilt van die van de gemeente. Het plan voor een nieuw Parkhotel is onvoldoende onderbouwd. Er is geen sprake van een stedenbouwkundig aanvaardbare situatie.

 

In ons Aanvullend Nader Beroepschrift is een apart hoofdstuk gewijd aan de inrit/ontsluiting van de parkeergarage. Onze verkeersdeskundige (ing. M. Oost Indië) had daar al eerder een studie aan gewijd. De initiatiefnemer heeft de ontsluiting daarna inderdaad iets aangepast, maar onvoldoende voor onze deskundige om zijn conclusie (onveilig en ontoereikend) te wijzigen.

 

De advocaat is ook ingegaan op de nieuwe parkeerbalans zoals getoond in de Schriftelijke reactie, als volgt.

Op 11 november 2024 schreef de Raad van State dat de zaak Parkhotel Bergen ter zitting zal worden behandeld op 17 februari 2025. Bij dat bericht zat ook een Nadere reactie van de gemeente van 28 oktober 2024. In die Reactie verwierp de gemeente onze argumenten en kwam erin terug op de salderingskwestie. Voerde de gemeente vanaf het begin aan dat het aantal auto´s dat op de openbare weg geparkeerd mocht worden bij het oude gebruik 65,4 pp zou zijn, die ook bij het nieuwe hotel toegestaan zouden worden, in deze Reactie leverde de gemeente nieuwe tekeningen van de bestaande toestand, waarop een geheel nieuwe berekening (op grond van de moderne eisen) was geënt. Het nieuwe getal zou 115,8 pp zijn. Dat zou betekenen dat de totale parkeervraag (111, 3 pp) van het nieuwe hotel geheel gedekt kan worden en er zelfs een klein overschot is, maar ook dat de ondergrondse parkeervoorziening op zichzelf niet nodig is, maar wel zorgt voor een kleine verlichting. In het nieuwe jaar zullen wij samen met onze advocaat hier een antwoord op maken.

 

Het Dorpscentrum

Al voor de sloop van de Bakemaflat heeft de gemeente de ruimtelijke vernieuwing van het dorpscentrum ter hand genomen. Het vigerende bestemmingsplan zou worden omzeild met de Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 en de Stedenbouwkundige Contourenkaart. Bouwplannen zijn ontwikkeld door Bot Bouw, een aannemer/ontwikkelaar, en al tijdens het vorige college behandeld en door het college van B&W goedgekeurd. De plannen bleken vanaf publicatie sterk controversieel en leiden tot heftige debatten. De Raad van State heeft de plannen uiteindelijk on hold gezet, omdat er een Verklaring van Geen Bedenkingen van de gemeenteraad ontbrak. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat de raad, die na de verkiezingen van 16 maart 2022 aantrad, deze VVGB niet zou willen geven, maar wijzigingen in de samenstelling van de raadsfracties zouden instemming begin 2025 mogelijk kunnen maken.

Bot Bouw heeft plannen voor twee gebouwen gemaakt, voor het P-gebouw en het L-gebouw, die op een gezamenlijke fundering en parkeergarage staan.

Hierboven in ad 2 zijn we al ingegaan op de ontvangst van de bouwplannen door het publiek. Op instigatie van de BBC (Bewonersvereniging Bergen Centrum) zijn zienswijzen tegen de bouwplannen en de VVGB´s  ingediend: 661 negatief, 108 positief en 9 te laat ingediend. Het college van B&W suggereert de gemeenteraad alle critiek af te wijzen en slechts één wijziging te accepteren. Die is de verplichting dat alle functies in de beide gebouwen alleen samen en tegelijkertijd gebruiksvergunningen zullen krijgen. De gemeenteraad beslist eind januari 2025. Gezien de verhoudingen zal dat instemmend zijn. Er is beroep mogelijk bij de Raad van State.

Ook onze stichting heeft een zienswijze geschreven. Die is in de lijn van wat we hierboven in ad 2 en ad 3 schreven.

 

De Zuilenhof

De Zuilenhof is een rijksmonument gelegen aan de Oude Bergerweg nr 2. Het betreft de in 1884 door August Maschmeijer verbouwde herberg met kolfbaan tot woonhuis met twee aangebouwde zuilenveranda´s, waarin opgenomen natuurstenen kolommen van de in 1880 afgebroken Korenbeurs (van architect Zocher) in Amsterdam. In 1922 heeft de tuinarchitecte Lien Spoor de tuinen aan de west- en zuidzijde opnieuw ingericht. Haar ontwerp is in grote lijnen nog aanwezig.

Een nieuwe eigenaar heeft plannen gemaakt het monument op te nemen in een voorziening voor zorgappartementen.

Op 9 september 2024 heeft het College van B&W het ontwerpbesluit VVGB en een ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd voor het planologisch mogelijk maken van 26 zorgappartementen op een terrein genaamd de Zuilenhof. In een eerdere fase van de planvorming van dit project hebben wij onze zorgen erover kenbaar gemaakt. Nu, 3 jaar verder, zijn de plannen verder uitgewerkt maar feitelijk niet verbeterd. We hebben dus op 3 oktober 2024 een zienswijze ingediend bij de gemeenteraad en bij het College van B&W. Op 16 oktober hebben wij de zienswijze aangevuld met een tweede ondertekenaar, de Bond Heemschut, die onze zorgen deelt.

uit Zienswijze 16 oktober 2024, bij plattegronden aan de bovenzijde de Oude Bergerweg

De 26 zorgappartementen in de 5 sterrenklasse worden zowel in het rijksmonument als in een gekoppeld apart zorggebouw ondergebracht met het doel ouderen (ook paren) langer in Bergen te laten wonen. Het gaat om een hoogwaardig alternatief voor een regulier verpleeghuis. Het zorggebouw bestaat uit 2 bouwlagen op een kelder, zodanig op het terrein gepositioneerd dat drie grote beuken gehandhaafd blijven. Het wordt gekoppeld aan het rijksmonument met een beglaasde corridoor. De parkeervraag van bewoners, verzorgers en bezoekers wordt opgelost op eigen terrein. Dat terrein wordt bereikbaar vanuit de naastgelegen Boendermakershof. Wij vrezen voor problemen voor de buurt en voor het zorgcentrum als de gekozen parkeeroplossing te kort schiet. De gemeente speculeert er zelfs op, en noemt dan als oplossing betaald parkeren voor de buurt.

Het planologisch mogelijk maken van dit plan betekent een aanzienlijke gebruikswijziging van dit deel van het dorp. Een rustige hoek bij de kruising van twee belangrijke dorpsstraten verandert in een 24/7-activiteit rondom een naar binnen gekeerde geconcentreerde luxe zorgbewoning.

De kelder van het zorggebouw komt op een diepte van 3,50 m onder het bestaande maaiveld. Dit heeft consequenties voor het restant tuin (met de te handhaven grote beuken) en voor de hele buurt er omheen. Kan de techniek de te verwachten problemen de baas?.

Omdat het plan volledig afwijkt van het vigerende bestemmingsplan had de gemeente naar onze mening en die van Heemschut conform het participatiebeleid door de initiatiefnemer een helder Programma van Eisen moeten laten maken waarover maatschappelijk overleg had plaats gevonden. Het plan is daarentegen de afgelopen jaren drie keer met geïnteresseerde omwonenden besproken. Hoewel onze interesse bekend was, zijn wij niet voor deze bijeenkomsten uitgenodigd. De gemeente heeft hier geen eisen gesteld en verdedigt zonder gène en in volle overtuiging het bouwinitiatief.

 

De Dorpsstraat

Het plan voor de Dorpsstraat dateert volgens Frits David Zeiler uit ± 1770.  Het wordt beschouwd als de tweede grote uitbreiding van het dorp na het Hof ruim een eeuw eerder. De uitvoering ervan kreeg nog weer een eeuw later gestalte, volgens het Regionaal Archief tussen 1900 en 1935. Het bijzondere van het plan is dat het eerste deel van Hoflaan tot Hoopweg een 800 meter kaarsrecht getrokken rechte weg is, dwars door bestaande rooilijnen en dorpse wirwar van paden en stegen. De weg moest het toenmalige centrum verbinden met Alkmaar en onderwijl het aanbod van winkels, horeca en bedrijven versterken. De straat bood – zo blijkt nu – ook ruimte aan rentenierswoningen, pensions en een nieuwe kerk. Het straatprofiel is 7,5 m tussen de erfgrenzen. Er waren laanbomen aan weerszijden (beuk, iep en linde), zoals op oude foto´s te zien is. Na de Hoopweg is de straat pragmatisch doorgetrokken tot de Van Borselenweg en de Oude Dorpsstraat en verbonden met de Oosterweg. De Dorpsstraat was lange tijd de belangrijkste radiale verkeersroute van het dorp voor alle verkeer (bus, auto, fiets en voet). Aan weerszijden verezen vrijstaande woningen, centrumvoorzieningen, pensions en bedrijven. Door de aanleg van het spoor en nieuwe centrumvoorzieningen bij de Stationsstraat werd de Dorpsstraat minder belangrijk. De straat is een erfweg geworden met gemengde functies, woningen, winkels en de kerkelijke gebouwen.

De Dorpsstraat is een van de laatst overgebleven authentieke dorpswegen in onze regio. Er staan 6 beschermde monumentale panden. Dat is weinig. Onze stichting wil daar wat aan doen. We merken dat het gemakkelijk is de volgens ons interessante panden zo maar te veranderen, te slopen en te vervangen. Daarom willen wij een inventarisatie maken van beschermenswaardige panden. Het bijzondere karakter van de straat verdient dat.

 

Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten

Het is de afgelopen jaren een aantal keren voorgekomen dat in onze ogen interessante panden werden gesloopt en vervangen door vaak grotere en hogere nieuwbouw. 25 jaar geleden werd onze stichting opgericht door Ton Dissen en Wim Vroom om daar iets aan te doen. Na aanvankelijk succes met rapporten over potentiële monumenten en de daarna volgensde aanwijzing tot gemeentelijke monumenten door de gemeente stokte dat proces door onbekendheid, onwil en tegenwerking. Gelukkig is door onder meer onze acties daar enige verandering in gekomen. De gemeenteraad heeft al weer een aantal jaren met moties het gemeentebestuur opgedragen de grote achterstand in de inventarisatie van ons erfgoed op te pakken. Geïnspireerd daardoor en vanuit onze doelstelling hebben wij in in 2021 een studie verricht die leidde tot de publicatie van ons boek:

“NAAR EEN NIEUW ERFGOEDBESTAND BERGEN NH”.         

Deze studie heeft geleid tot aandacht bij en van de Historische Vereniging Bergen, maar we hebben kennelijk meer tijd nodig om ook het gemeentebestuur tot extra activiteit te bewegen. De gemeente heeft wel besloten tot een beginnetje, de pilot Egmond aan Zee en Van Reenenpark (zie hierboven) waarin het probleem van de beeldbepalende monumenten onder ogen wordt gezien. Maar niet meer dan dat. Dat betekent dat we als er door eigendomswisselingen panden dreigen te worden aangetast het voortouw moeten nemen.

Zo hebben wij in november het gemeentebestuur verzocht de stappen te zetten die moeten leiden tot het aanwijzen van de gemeentelijke monumentenstatus voor twee adressen:

 

Mosselenbuurt 8 (´t huis Hofwijck) is in 1918 ontworpen door architect Ru Mauve. Hij staat bekend als ontwerper van landhuizen in Blaricum en Bergen. In Bergen bijvoorbeeld met het huis Kinheim (1906-1910) en het pand De Den, Prinsessenlaan 17.

Hofwijck is een traditioneel gebouwd eenlaags landhuis van rode Groninger baksteen op een donker basement, afgedekt met rieten kappen en dakkapellen. De vensters bestaan uit glasinlood raampjes in een houten omranding. Het interieur is nog vrijwel intakt met eikenhouten betimmeringen.

 

Wiertdijkje 8 is in 1959 ontworpen door architect Jan Rietveld voor de familie Kuiper. Jan Rietveld (1919-1986) was een zoon van ontwerper en architect Gerrit Rietveld. Hij was van 1947-1959 betrokken bij ‘de 8’ en ook korte tijd lid van de Rotterdamse tegenhanger ‘de Opbouw’. In 1970 werd hij buitengewoon hoogleraar aan de TH Delft.

Jan Rietveld heeft in Bergen 4 villa´s gebouwd, alle in Westdorp. Het woonhuis Rona, Herenweg 13S (zeer monumentwaardig maar helaas gesloopt), het woonhuis Kuiper, het woonhuis Van Gelder, Nachtegalenlaan 12, het woonhuis Pelikan-Engel, Wiertdijkje 28. De uiterlijke verschijningsvorm van al zijn villa´s is gebaseerd op de context (de plek) en de wensen van zijn opdrachtgevers. Hij maakte voor allemaal “een onopvallend goed vertrouwde jas”, zo schreef Aldo van Eijck in de monografie over Jan Rietveld (I10, 1990).

Het woonhuis Kuiper is vormgegeven naar aanleiding van een vraag van de opdrachtgever of ronde hoeken het probleem van de gierende wind om het huis hier aan de rand van de polder minder maken en de wens van de welstandscommissie een kap op het huis te zetten.

Onder een gesloten rietenkap heeft Rietveld aldus een afgerond vierkant en een afgerond rechthoekig volume aan weerszijden van een doorzichtige entreepartij geplaatst. De functies wonen en keuken zijn in het eerste en die van het slapen in het tweede ondergebracht. Niet alleen het interieur is door deze ontwerpbeslissingen sterk beïnvloed, dat geldt ook voor het exterieur. Het geheel lijkt wat op een boerenschuur. Het huis staat op een ruim perceel, met een ruime open voortuin en een beschutte even grote tuin aan de achterzijde. Het is één van de eerste gebouwen aan dit deel van het Wiertdijkje, toen de Wiertdijk nog een onbebouwd polderdijkje was, waar de huizen aan de Buerweg vrij uitzicht op hadden. Het is dan ook laag, onaanzienlijk zelfs vergeleken met de veel later gebouwde buren. Maar dat is ons inziens onterecht gezien de kwaliteit van dit ontwerp van Jan Rietveld.

Deze beide bijzondere panden voldoen ons inziens aan alle vereisten voor de status gemeentelijk monument: cultuur historische, architectonische en kunsthistorische waarden, situationele en ensemblewaarden, gaafheid en herkenbaarheid en als laatste de zeldzaamheidswaarde.

P- en L-gebouw: toespraak SBBB over Nota Zienswijzen Plein Bergen

donderdag 16 januari 2025

Voorzitter,

Onze Stichting Behoud Bouwkunst Bergen heeft een zienswijze ingediend onder nummer 642. Van de 689 personen en instanties die een zienswijze hebben ingediend over de Ontwerp VVGB’s en de Coördinatiebesluiten hebben 96% de plannen afgewezen. Wij zijn daar één van.

Het gaat om bouwplannen voor twee gebouwen, het P- en het L-gebouw. Ze zijn ontwikkeld door Bot Bouw. Die heeft dat kunnen doen doordat de toenmalige wethouder Valkering (CDA) een anterieure overeenkomst met hen was overeengekomen. Er heeft geen burgerparticipatie plaats­gevonden, en evenmin is voldaan aan het Didam-arrest. Uw raad en het huidige college hebben bij het begin van uw termijn “participatie” en een “groot draagvlak bij belangrijke besluiten” hoog in het vaandel gezet. Dat de bouwplannen nu voorliggen is wrang en feitelijk een mislukking van dat prachtige voornemen.

SBBB is van mening dat het Ontwerp van beide gebouwen op tal van punten aanzienlijk afwijkt van het ruimtelijk toetsingskader en dat de plannen zowel ruimtelijk als functioneel absoluut niet passen in de kleinschalige dorpsomgeving. Bovendien is onze stichting van mening, dat de plannen door aard en ligging voorbij gaan aan de lessen van het aangrenzende beschermde dorpsgezicht Bergen Centrum. Die zijn dat de dorpse randen om het Plein de maat van de Pleinbebouwing dienen te bepalen. Het gaat dan ook mis bij de hoog oprijzende straatgevel van het P-gebouw tegenover Wokke, maar ook bij de beoogde ontsluiting van de parkeergarage in de Jan Oldenburglaan, directe aantastingen van het winkelareaal.

De zienswijze van SBBB gaat niet over eens of niet eens met de bouwplannen, maar over de vraag of de bouwplannen wel of niet in overeenstemming zijn met het vigerend bestemmingsplan, de Structuurvisie en het Beeldkwaliteitsplan Mooi Bergen. De Nota Zienswijzen gaat in de beantwoording hier niet goed op in en besluit – zoals bij alle negatieve zienswijzen – met “De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de besluiten”. Het is een terugkerend mantra in de beantwoording, alsof dit vooraf de opdracht was aan de opstellers. De Nota Zienswijzen is naar onze indruk niet opgesteld door een neutrale onafhankelijke instantie, is niet objectief maar vooringenomen. Is een absolute miskenning van de kwaliteit van en het sentiment achter de ingediende zienswijzen.

Onze Stichting Behoud Bouwkunst Bergen adviseert u de VVGB´s en de Coördinatiebesluiten af te wijzen.

boekbespreking “50 jaar De Wimmenumermolen”

De Wimmenumermolen (1774-2024) in Egmond aan den Hoef

In maart 2024 verscheen de feestelijke jubileum uitgave ter gelegenheid van 250 jaar de Wimmenumermolen in Egmond aan den Hoef.
Een zeer bijzonder boek.
Het is geschreven door Eric Zwijnenberg: molenaar, docent en wetenschapper. Hij doet in dit boek verslag van alles dat hij meegemaakt en verzameld heeft over deze molen, de geschiedenis, de omgeving en de omstandigheden eromheen, in 490 pagina´s.
Zijn betrokkenheid begint in 1953 als zijn ouders de sinds 1950 stilstaande molen als weekend-vakantieverblijf gaan huren (150 gulden per jaar). Hij is dan bijna 7 jaar. In 1955 koopt zijn vader de molen (1000 gulden). Het polderbestuur (de oude eigenaar) deed niks meer aan onderhoud, door de molen aan te kopen was het voortbestaan van dit landschapselement gewaarborgd en het zeer gewaardeerde gebruik veilig gesteld. Maar dat was niet gratis. Achterstallig onderhoud, gebrekkige voorzieningen (geen water bv) vroegen om aandacht. Dat leidde in 1967 tot een eerste grondige restauratie. De molenbouwer die hiervoor was aangetrokken, vroeg tussen neus en lippen door aan Eric: waarom ga je er niet mee malen? Kan dat dan? Natuurlijk, zei hij, alles zit er nog, alleen een beetje aanpassen. Z´n vader was direct enthousiast. En zo gebeurde het dat de Wimmenumermolen weer maalvaardig werd. Tijdens het proefdraaien in datzelfde jaar reed een 17-jarige molenliefhebber op z´n brommer over de Bergerweg. Hij ziet tot z´n verbazing de Wimmenumer draaien, een molen die hem alleen als “dode molen” bekend was. Hij draait z´n stuur en komt meteen door het land naar de molen gereden, maakt kennis met Eric en … er ontstaat een vriendschap die tot zijn overlijden in 2016 zou voortduren. Klaas Zaal, want die was het, kreeg enkele jaren later molen F in de Zijpe onder zijn hoede.
Een belangrijke tweede toevalligheid is dat ook in 1967 een aantal mensen uit de molenwereld bijeenkwamen die de stoot hebben gegeven tot de oprichting van de opleiding vrijwillige molenaar. Die kwam er. In 1970 werden door de Vereniging De Hollandsche Molen de eerste examens afgenomen: de eerste gecertificeerde vrijwillige molenaar was nota bene Eric Zwijnenberg!
In het jubileumboek gaat Zwijnenberg uitgebreid in op de geschiedenis van de Wimmenummerpolder, van de molen zelf, van diens voorganger en van de huidige tot 1953, maar vooral van de molen in “zijn” periode (150 pagina´s!). Voorts worden in 180 pagina´s alle onderdelen waaruit de molen bestaat beschreven en toegelicht. Een grote rijkdom. Elk onderdeel met een eigen specifiek molenkundige naam heeft ook in deze molen een eigen geschiedenis. Hij gaat niet voorbij aan raadsels en zoekt naar de betekenis van plankjes die hij niet begrijpt. Echt trots is hij elke keer dat zijn molen overtollig water helpt weg te pompen waar het electrische gemaal te kort schiet. Dat is soms dagen achtereen pompen!
Tussendoor vertelt Eric ons ook iets van z´n eigen geschiedenis. Hij studeerde sterrenkunde in Leiden, promoveerde in 1976, maar koos voor het leraarschap: natuurkunde op de HTS in Alkmaar. Dat gaf hem de vrijheid aan de basis te staan van het Gilde van Vrijwillige Molenaars (1972) en belangrijke bestuursfuncties te vervullen bij zowel de Vereniging de Hollandsche Molen als het Gilde.
Eric beschrijft in het boek een wereld van liefhebbers, van de mensen die begaan zijn met zijn monumentale houten machine. Niet alleen de molenaars, ook de bouwers, de bestuurders, allemaal komen ze aan bod in de context waarin ze hun taken vervulden.
Het rijk geïllustreerde boek (2 kg) is voor €25 te koop (verzendkosten € 6,95) bij ericzwijnenberg@hotmail.com of ophalen bij de molen in Egmond aan den Hoef.

Jaarverslag 2023

SBBB Inhoudelijk Jaarverslag 2023

 

Onderwerpen:

  1. Oude Hof functieverandering hoofdgebouw
  2. Parkhotel: voortgang procedure
  3. Landgoed Het Hof te Bergen: Planvisie
  4. Pilot Beeldbepalende panden in het Van Reenenpark
  5. Landelijk Gebied Zuid-Ecodorp Bergen, bestemmingsplan
  6. Van Reenenschool: Verkenning Consequenties Opheffing

 

  1. Oude Hof functieverandering hoofdgebouw

Op 2 december 2022 was de zitting voor de Rechtbank Noord-Holland in Haarlem van deze zaak, een café-restaurant in het hoofdgebouw. In ons beroepschrift hadden wij een zevental gronden aangevoerd, waarvan de belangrijkste was dat de verleende vergunning teruggreep op de parkeeroplossing uit het Voorontwerp bestemmingsplan uit 2018. Dat plan was nooit vastgesteld en had geen rechtskracht. De Commissie voor de bezwaarschriften had dat in juli 2021 ook al geconcludeerd, maar B&W ging daar toen aan voorbij. Over hun tijdelijke oplossing voor het parkeerprobleem (parkeren op het Westelijke Eiland, met alle negatieve consequenties voor flora en fauna in het Natura 2000-gebied), vroeg de rechter wat dit betekende? Ze zag er weinig in, zo bleek uit haar uitspraak op 28 maart 2023. Ons beroep was gegrond. Het bestreden besluit is vernietigd. De gemeente moet opnieuw beslissen op ons bezwaar (waar moet het parkeren dan?). Maar de gemeente deed niks. Ook niet na het onherroepelijk worden van de beslissing van de rechtbank op 8 mei.

Wij hebben op 4 december 2023 de gemeenteraad geïnformeerd over het ontbreken van actie door de gemeente. Dat geldt niet voor de ondernemers in het Oude Hof, die breiden hun activiteiten zelfs uit. En wat niet mocht gebeurt toch: parkeren op het Westelijke Eiland.

Op 23 januari 2024 heeft advocaat mr. LT van Eijck van Heslinga namens SBBB de gemeente in gebreke gesteld met de bedoeling de gemeente te doen besluiten op de uitspraak van de rechtbank.

 

  1. Parkhotel

Op 3 november 2021 hebben wij een beroepschrift bij de Rechtbank Noord-Holland ingediend tegen de beslissing op bezwaar van de gemeente van 30 september 2021. Ons bezwaar in hoofdlijnen betrof:

  1. de bouwkundige en anderssoortige afwijkingen van het vigerend bestemmingsplan;
  2. de (foutieve) berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen met enorme consequenties voor de parkeerdruk in de openbare ruimte.
  3. de verkeersonveilige consequenties voor de ontsluiting van de parkeergarage via het voet/ fietspad Smallepad.

Op 9 januari 2023 was de zitting voor de rechtbank Noord-Holland in Haarlem. Omdat niet alle vragen beantwoord konden worden, kreeg de gemeente 14 dagen de tijd die alsnog te geven. In dat antwoord zat een belangrijk nieuw element: het hoogteaccent (van het hotelplan) op de hoek Breelaan/Stationsstraat zou de aanzet vormen van centrumplan-ontwikkelingen en daardoor acceptabel zijn. Wij constateerden dat de recent gepresenteerde  ontwerpen voor het Plein wel 4 m lager zouden worden dan wat voor het hotelplan werd gevraagd. Dus geen toelaatbaar hoogteaccent, maar een exessieve hoogte-overschrijding. Bovendien heeft de gemeenteraad nog steeds geen “verklaring van geen bedenkingen’ afgegeven voor dat vermeende hoogteaccent op het Plein.

De rechtbank heeft op 5 juli 2023 uitspraak gedaan:

  1. het bestreden besluit op de motivering van de goede ruimtelijke ordening wordt vernietigd.
  2. de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven op dat punt in stand.
  3. het bestreden besluit op de motivering van de vraag of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan Parkeren wordt vernietigd.
  4. binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak moet de gemeente een nieuw besluit nemen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak.

Op 27 juli 2023 hebben wij een Pro Forma Hoger Beroepschrift bij de Raad van State ingediend.

Daarnaast heeft ons bestuur de uitspraak van de rechtbank voorgelegd aan deskundigen. Zij adviseerden ons een mogelijk hoger beroep niet zelf te doen, maar er een ter zake deskundige advocaat voor in de arm te nemen. Op 18 augustus 2023 hebben wij een eerste gesprek gehad met advocaat mr. drs. LT van Eijck van Heslinga uit Alkmaar. Op 21 augustus heeft mr. Van Eijck van Heslinga opdracht gekregen deze hoger beroepzaak namens SBBB te doen.

Uit de gang van zaken tot dusver hadden wij al begrepen dat de rechtbank belang toekent aan ondersteuning door deskundigen bij de eigen argumentatie. In onze stukken hebben wij inzichten en kennis van andere terreinen dan onze eigen gebruikt. Bijvoorbeeld op verkeerstechnisch en stedenbouwkundig terrein. Daarom hebben wij hulp gevraagd aan Ing. M. Oost Indië, verkeerskundige en aan ir. P.G. de Bois, Msc. Architect | Urban Designer, om contra expertises te maken, als neutrale deskundige onderbouwing van ons hoger beroepschrift.

Op 6 oktober 2023 heeft mr. Van Eijck van Heslinga zijn Aanvullend Hoger Beroepschrift (inclusief 3 Producties) aan de Raad van State gestuurd.

Er is nog geen datum voor een zitting gepland.

 

  1. Landgoed het Hof te Bergen: Planvisie

Al in 2022 waren wij begonnen met het vinden van een antwoord op de vraag hoe het verder zal moeten met het Oude Hof. Het Voorontwerp bestemmingsplan Landgoed ´t Oude Hof was in november 2018 gepubliceerd, maar vervolgens nooit verder behandeld. De gemeente liet bij de behandeling van onze bezwaren tegen de functieverandering van het hoofdhuis (zie ook 1) bij de Commissie voor de bezwaarschriften min of meer zijdeling weten dat er aan dat bestemmingsplan zou worden gewerkt, maar daar bleek ons niks van. Juist de wijze van behandeling van de aanvragen van omgevingsvergunningen gaf al aan dat de gemeente niet met een bestemmingsplan bezig was. Toch: het gebruik van het landgoed door wandelaars, bezoekers van Blooming, de Zwarte Schuur, kantoren, de padvinders en de paardrijders werd niet minder. Verloedering en slijtage vallen op.

Het antwoord op de vraag hoe nu verder publiceerden we in een boekje: “Landgoed Het Hof te Bergen, historie cultureel erfgoed, stand van zaken en Planvisie”, in januari 2023. Het staat op onze website. Het boekje eindigt met de Planvisie. Die visie laat zien wat volgens ons nog gedaan moet worden na het stopzetten van het Voorontwerp bestemmingsplan.

Allereerst hebben  we het Voorontwerp beoordeeld. Volgens dit plan wordt het parkeerprobleem opgelost door midden in het Park de huidige paardenbak te vervangen door een met straatverlichting uitgerust parkeerterrein van 83 plaatsen. De paardenbak moet dan wel verplaatst worden op kosten van Blooming naar het Westelijke Eiland, maar aangepast aan Europese wedstrijd-afmetingen, en met een eigen afsluitbare toegang over de westelijke vijver. De dienstwoning wordt aangepast aan de behoeftes van de gebruikers (was-, kleed- en ontmoetingsruimtes). Wat deze veranderingen betekenen voor de natuurwaarden is een probleem voor het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland. Het nieuwe parkeerterrein betekent dat de ontsluitingsroute vanaf de Eeuwigelaan met 240 m wordt verlengd tot 550 m (grotere stikstof en fijnstof uitstoot en meer verkeersconflicten tussen recreanten en auto’s). Onduidelijk is gebleven wat het dubbele gebruik van het Westelijke Eiland voor het beheer betekent. Onze conclusie was, dat er alle reden is opnieuw naar de problemen van het Landgoed te kijken. Op grond van een uitvoerig historisch onderzoek en landschappelijke analyse volgt dan:

onze Planvisie

Dit zijn drie scenario´s voor het overheersende probleem:

Scenario 1: geen parkeerfaciliteiten in de buitenplaats;

Scenario 2: alleen parkeervoorzieningen aan de randen aan/op/bij de verkeerswegen;

Scenario 3: een nieuwe parkeervoorziening op de Kijklaan.

Bij alle drie wordt de hoofdtoegang tot het Hof verplaatst naar de Kijklaan, waarbij de aansluiting op de Eeuwigelaan via het te herstellen Rondeel plaats zal vinden.

De drie scenario´s hebben we schetsmatig verbeeld.

Bij scenario 1 komt men in het Oude Hof lopend, per fiets of met behulp van openbaar vervoer. Dat laatste zou ook shuttle-vervoer kunnen zijn, onder andere van en naar de P&R Groeneweg.

Bij scenario 2 worden speciale parkeermogelijkheden gecreëerd opzij (aan de zuidkant) van de Hoflaan en de Eeuwigelaan via een ventweg.

Bij scenario 3 wordt parkeren gerealiseerd aan weerszijden van een 9m brede groene middenberm van de Kijklaan.

Onze visie wordt ondersteund door de directies van Blooming en Cinebergen. Door het boekje Landgoed het Hof te Bergen op 9 juni aan het gemeentebestuur aan te bieden kwam onze oplossing in handen van B&W, met het verzoek de scenario´s uit te werken.

Wethouder Briët heeft een eerste (verkeerskundige) waardering ervan met SBBB, Blooming en CineBergen besproken op 10 oktober. Die waardering is op vier onderwerpen uitgevoerd: bereikbaarheid, veiligheid, beleidsmatig en landschappelijk. Naast de drie scenario´s van SBBB heeft de wethouder ook het “model” uit het Voorontwerp bestemmingsplan Landgoed ´t Hof te Bergen uit 2018 als “scenario 4” aan zijn waardering toegevoegd en laten beoordelen door een verkeerskundig medewerker.

De conclusie van de gemeente was dat scenario 4 de beste papieren heeft om verder te ontwikkelen. We hebben aan de gemeente laten weten de beoordeling onvoldoende te vinden en de conclusie niet te delen.

Het is op dit moment niet duidelijk wat de volgende stappen van de gemeente zijn. Gezien de voorlopige voorkeur van de wethouder is het zelfs de vraag of hij bereid is de scenario´s te (laten) onderzoeken. SBBB zal zich daar dan (ook juridisch) tegen verzetten.

 

  1. Pilot beeldbepalend erfgoed in het Van Reenenpark

In 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat het wenselijk zou zijn om naast de bescherming van cultureel erfgoed in de vorm van gemeentelijke monumenten ook te kijken naar minder vergaande vormen van bescherming, zoals beeldbepalend erfgoed. Dit gebeurde in een besluit om een pilot op te zetten, één in Egmond aan Zee en één in het Van Reenenpark. De pilot is in handen gelegd van de Stichting Mooi Noord-Holland, een adviesbureau voor alle Noord-Hollandse gemeenten. Als gevolg van de wens van de gemeente vooral gebruik te maken van plaatselijke kennis op dit gebied is aan SBBB gevraagd te helpen bij de inventarisatie van potentieel beeldbepalend erfgoed. Samen met twee leden van de Commissie Culturele Kwaliteit en iemand van de Historische Vereniging Bergen is dat gebeurd.

In september 2023 is een concept-rapport gepubliceerd, waarvan de resultaten in twee sessies in februari 2024 zijn voorgelegd aan de eigenaren van potentieel beeldbepalende panden van respectivelijk het Van Reenenpark en Egmond aan Zee. Van de honderden panden die het Van Reenenpark rijk is, zijn er slechts 24 aangewezen als te beschermen beeldbepalend pand. Wij vinden dat veel te beperkt. Hoe de eigenaren reageren op de aanwijzing is nog onbekend. Dus ook wat de conclusies zijn voor de gemeente met eventueel beeldbepalend erfgoed in de overige dorpen van de gemeente. Conclusies die van belang zullen zijn voor de opgave, zoals wij al voor de kern Bergen hebben geschetst in ons boekje ‘Naar een nieuw erfgoedbestand Bergen NH’ uit 2021.

Het Van Reenenpark is de eerste nieuwbouwwijk in Bergen uit 1917. De wijk heeft toen z´n huidige bijzondere vorm en kwaliteit gekregen. De meeste van de gebouwen zijn in die jaren gebouwd. Vrijstaande bakstenen huizen met pannen gedekte kappen op ruime groene percelen. Een groot aantal zijn gebouwd als pension. Het wegenpatroon, de brede groene bermen en het bosachtige karakter maken een sterk samenhangende stedenbouwkundige geheel. Onze eerste kwalificatie zou dan ook zijn: het Van Reenenpark is een te beschermen dorpsgezicht. Daarnaast adviseren wij panden aan te wijzen als monument of beeldbepalend object. Ten onrechte kiezen de wethouder en Mooi Noord-Holland uitsluitend voor de suboptimale bescherming van slechts 24 beeldbepalende panden. We hebben onze reactie vervat in een boekje dat op onze website komt.

 

  1. Landelijk Gebied Zuid-Ecodorp Bergen, bestemmingsplan

Eind december 2023 is het Ontwerpbestemmingsplan Ecodorp ter visie gelegd (hierna te noemen VO2). Op 3 februari 2024 hebben wij een Zienswijze ingediend bij de Gemeenteraad.

Dit plan betreft een omvangrijke herontwikkeling van een groot (15 ha) kwetsbaar gebied in een waardevol historisch landschap. Vòòr 1937 was dit een open agrarisch gebied, deel van de Bergermeer Polder, daarna een militair vliegveld en na de oorlog een Mobilisatiecomplex van het ministerie van Defensie. In 2013 twerd het gebied verkocht aan de Ecodorp Steunstichting. Hun herontwikkeling wordt gericht op:

  • de bouw van ecologisch gebouwde woningen voor een community van 60 bewoners;
  • het ontwikkelen van een proeftuin voor duurzaamheid en natuureducatie.

SBBB onderschrijft deze doelstellingen. Hoewel de community de afgelopen 10 jaar zeker niet stil heeft gezeten, is het ter visie gelegde Ontwerpbestemmingsplan de tweede versie (de eerste had als datum juni 2015). VO2 wijkt op een aantal punten af van de eerste en ook van het Publieke Programma van Eisen dat in 2012 was opgesteld door de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van EZ (de verkoper), de provincie Noord-Holland en de gemeente Bergen.

Het PPvE 2012 splitste het complex in drie delen: “entree en (woon)erf”, “weidepark” en “weide en natuur”. In het algemeen geldt een uitstraling van rust en natuur, geen verkeersaantrekkende activiteiten.

  • Het westelijke deel (“weide en natuur”) moet een open karakter krijgen, afgestemd op het omringende weidelandschap; openheid en doorzicht zijn leidend.
  • Het noord-oostelijke deel (“entree en (woon)erf”) krijgt de geconcentreerde functie wonen, wonen met zorg, cultuur en/of cultuureducatie, atelierwoningen, beeldentuin; in omvang en verschijningsvorm gerelateerd aan agrarische bebouwing qua maat en schaal en omgeven door voldoende groen om e.e.a. aan het oog te onttrekken.
  • Het (zuid)oostelijke “weidepark” wordt een open overgangsgebied naar weide en natuur en de omringende polder.
  • Het terrein wordt openbaar toegankelijk voor wandelaars en fietsers.

Volgens VO2 verliezen het westelijk en zuidelijk middendeel het open karakter. Deze delen worden niet meer afgestemd op het omringende open landschap en evenmin recreatief toegankelijk. In plaats daarvan wordt de huidige bomensingel weliswaar gesnoeid maar om het hele complex gehandhaafd. De recreatieve routes zijn geschrapt. Het gebied wordt omgevormd naar de wensen van de gebruikers.

Ecodorp wordt geheel omringd door weidevogelgebieden, allemaal behorend tot het Nationaal Netwerk Natuur (NNN). De ruim aanwezige opgaande beplanting is voor weidevogels zeer ongewenst, omdat roofvogels zich daarin plegen op te houden, met negatieve consequenties voor de ontwikkeling van de weidevogelpopulatie. Echter zonder alternatieven te overwegen heeft het College van B&W in december 2023 besloten accoord te gaan met de bepalingen in VO2 voor wat betreft de handhaving van de huidige bomensingel om het terrein. SBBB maakt hiertegen bezwaar.

Naast enkele voor SBBB onduidelijkheden rond het woningbouwprogramma en de parkeerfaciliteiten is Ecodorp volgens VO2 ook van plan evenementen te organiseren die dit stiltegebied kunnen vertoren. Toch wordt het gebruik van electronisch versterkt geluid geaccepteerd. Dit is een probleem dat sterk gebagatelliseerd wordt. De ervaring van omwonenden de afgelopen jaren bevestigt dit. Een algeheel verbod is hier op z´n plaats.

SBBB heeft op 5 februari 2024 een zienswijze tegen VO2 ingediend bij de Gemeenteraad.

 

  1. Van Reenenschool: Verkenning Consequenties Opheffing

In juni 2023 verschenen alarmerende berichten in de plaatselijke pers van het voorlopige standpunt van het bestuur van de Intergemeentelijke Stichting Openbaar Basisonderwijs (ISOB). Volgens dit standpunt zou de Van Reenenschool in de zomer van 2024 worden opgeheven, nadat er een bestuurlijke samenvoeging met de Lucebertschool was gerealiseerd.

De Van Reenenschool is gebouwd in 1931 in de stijl van de Amsterdamse School, de architect was Jan Roggeveen, ook directeur Gemeentewerken. Een Rijksmonument. Het schoolgebouw was het toenmalige antwoord op progressief onderwijs. In 1974 is het gebouw aangepast aan de modernste eisen, beter onderwijs in een betere omgeving. Gangen en hal werden ten dienste gesteld van de leerlingen. De zolder werd geschikte gemaakt voor theater met een toneelbühne. In 1998 werd de naastgelegen kleuterschool omgebouwd tot gymzaal en in 2005 is de hele school totaal gerenoveerd.

Het besluit van het schoolbestuur de Van Reenenschool op te heffen is gebaseerd op een onderwijs-technische analyse waar SBBB vraagtekens bij zet. Het beste gebruik van dit als schoolgebouw gebouwde monument is natuurlijk schoolgebouw. Bij verkoop en functieverandering blijft het een monument, maar de plek verliest z´n betekenis en kleur.

Volgens de analyse zou het aantal leerlingen van de Van Reenenschool bv kleiner zijn geworden, terwijl de Lucebertschool groter werd. De eerste werd kleiner omdat in 2022 31 kinderen uit Oekraïne werden opgenomen en van hen werd kennelijk verwacht dat ze zouden terugkeren. De uitstroom van groep 8 leerlingen naar HAVO en VWO was die bij de Van Reenenschool groter dan die bij de Lucebertschool. Opheffing van de Van Reenenschool brengt met zich mee dat de leerlingen uit het westelijk deel van het dorp aanzienlijk meer moeite moeten doen om bij de Lucebertschool te komen en gevaarlijke wegen moeten kruisen. Het voordeel van de eigen nabije gymzaal verdwijnt ook.

Het grote voordeel voor het schoolbestuur is de financiële waarde van de Van Reenenschool bij verkoop. Voor het schoolbestuur speelt hierbij ook mee dat het gebouw opnieuw een – naar eigen zeggen – financieel ondragelijke algehele renovatie en klimaatadaptatie behoeft.

We hebben deze Verkenning in juli aangeboden aan het bestuur van de Stichting Behoud Van Reenenschool, dat zich verzet tegen het voornemen van het ISOB-bestuur.

Ons advies is als PDF te downloaden van onze website.